In barre weersomstandigheden een uitstapje met Annette richting Nederlands Limburg, meer bepaald het "witte stadje" Thorn.
Annette heeft roots in Thorn en voor haar was het heel leuk dit stadje te bezoeken.
Het stadje staat bekend om de typische witgeschilderde huizen, monumentale panden en de authentieke geplaveide straatjes.
Voorafgaand het bezoek aan de abdijkerk hebben we eerst een film bekeken over de rijke geschiedenis van het witte stadje.
Heel interessant om te bekijken, vooral voor Annette was bijzonder geïnteresseerd.
Thorn was 800 jaar een mini-vorstendom waar 33 abdis-vorstinnen de scepter zwaaiden.
Het staatje had een eigen rechtspraak en sloeg een eigen munt.
Met de komst van de Fransen in 1794 kwam hieraan een einde.
De Fransen voerden een belasting in op basis van de omvang van de ramen.
Meer ramen in het huis betekende een hogere belasting.
De arme bevolking metselde de ramen dicht om de belastingaanslag te beperken.
Om de ‘littekens van de armoede’ te verbergen, werden de huizen wit gekalkt, vandaar het witte stadje.
Thorn is echt de moeite waard om door te slenteren er zijn ook enkele leuke winkeltjes om in te snuisteren.
Ook de kapel "onder de Linden" vlak buiten het dorp is een aanrader.
Wij hebben daar overnacht in een leuke B&B.
Ook de kapel "onder de Linden" vlak buiten het dorp is een aanrader.
Wij hebben daar overnacht in een leuke B&B.
Het regende op zijn Limburgs gezegd "kopjes en schoteltjes" de dag erna, daardoor zat wandelen in nabije omgeving van Thorn er niet echt in.
Het was "Black friday" dus waarom niet op de terugweg naar Breda gaan (window)shoppen.
In de late namiddag (met enkele sweaters rijker) via de Westerschelde tunnel zijn we terug richting Brugge gereden.